Overslaan naar de hoofd content

RFQdecoder

Home » Thermovormen kosten: plaat, cyclus en trimmen

Wat kost · thermovormen

Wat kost een thermogevormd onderdeel?

De prijs van een thermogevormd onderdeel bestaat uit vier posten: de plaat met het afval, de afschrijving van de matrijs, de machinetijd en het trimmen (bron: DFMA, maart 2026). Boothroyd Dewhurst, uitgever van de software DFMA, publiceert plaatprijzen van $ 1,00 tot $ 5,00 per pond afhankelijk van de hars, 20 tot 50% afval, cycli van 15 tot 120 seconden en een machinetarief van $ 40 tot $ 100 per uur (bron: DFMA, maart 2026). In zijn voorbeeld van een ABS-behuizing van $ 9,31 is het materiaal goed voor 77% van de kosten van het onderdeel (bron: DFMA, maart 2026). RFQdecoder neemt deze gegevens over, rekent ze om naar euro en kilogram en houdt de matrijs buiten de onderdeelprijs: die wordt als gereedschap opgegeven.

Hoe RFQdecoder de prijs berekent

Het principe is hetzelfde bij vacuümvormen en drukvormen: een kunststofplaat wordt verwarmd, over een matrijs gevormd en daarna wordt het onderdeel getrimd. DFMA beschrijft een plaat die tot het verwekingspunt wordt verwarmd, boven de matrijs wordt ingeklemd en vervolgens door vacuüm of perslucht in de holte wordt getrokken, waar ze tegen het matrijsoppervlak afkoelt (bron: DFMA, maart 2026). Drukvormen voegt perslucht toe en bereikt ongeveer 60 psi, tegenover ongeveer 14,7 psi atmosferische druk bij vacuümvormen (bron: PCI, juli 2026).

Per onderdeel rekent de tool:

  • de plaat, tegen de gepubliceerde prijs voor de hars, met 20 tot 50% afval (skelet en trimrand);
  • de machinetijd: een cyclus die van de plaat afhangt, vermenigvuldigd met een machinetarief van $ 40 tot $ 100 per uur;
  • het trimmen, volgens de methode: met de hand, halfautomatisch of inline;
  • de afwerking, van $ 0,20 tot $ 0,50 per onderdeel (bron: DFMA, maart 2026).

Is geen plaat opgegeven, dan wordt de middeldikke plaat genomen; is geen trimmethode opgegeven, dan de halfautomatische. De offerte vermeldt dit. Worden meerdere onderdelen samen in dezelfde matrijs gevormd (meerdere holtes), dan wordt de cyclus over die onderdelen verdeeld. Kosten die in dollars zijn gepubliceerd, worden omgerekend naar euro tegen de referentiekoers van de dag van de Europese Centrale Bank (bron: ECB, oktober 2026), en prijzen per pond worden omgerekend naar kilogram, waarbij een pond 0,4535924 kg is (bron: NIST, augustus 2025).

Deze posten volgen de door DFMA gepubliceerde formule: kosten van het onderdeel = plaatkosten gedeeld door de benuttingsgraad, plus matrijskosten gedeeld door de levensduur van de matrijs, plus machinetarief maal cyclustijd, plus trimkosten (bron: DFMA, maart 2026). RFQdecoder haalt de matrijsterm uit de onderdeelprijs: de matrijs wordt als gereedschap opgegeven.

De plaat en het afval: de eerste kostenpost

Door DFMA gepubliceerde plaatprijzen per hars (bron: DFMA, maart 2026):

  • slagvast polystyreen (HIPS): $ 1,00 tot $ 1,50 per pond;
  • ABS: $ 1,50 tot $ 3,00 per pond;
  • PETG: $ 2,00 tot $ 4,00 per pond;
  • polycarbonaat: $ 3,00 tot $ 5,00 per pond.

Omgerekend naar kilogram (bron: NIST, augustus 2025) en naar euro tegen de referentiekoers van 2 oktober 2026, € 1 voor $ 1,1225 (bron: ECB, oktober 2026), geven deze prijzen € 1,96 tot € 2,95 per kg voor HIPS, € 2,95 tot € 5,89 voor ABS, € 3,93 tot € 7,86 voor PETG en € 5,89 tot € 9,82 voor polycarbonaat.

Het onderdeel gebruikt maar een deel van de gekochte plaat. Volgens DFMA zorgen het skelet tussen de onderdelen en de trimrand ervoor dat slechts 50 tot 80% van de plaat in de afgewerkte onderdelen terechtkomt: 20 tot 50% wordt afval (bron: DFMA, maart 2026). BRT USA, thermovormer in Greenville, South Carolina, zegt het zo: bij thermovormen koopt u plaat, niet het nettogewicht van het onderdeel, en het skelet dat na het snijden overblijft, samen met het opstartafval, hoort bij de kosten (bron: BRT USA, juli 2026). De bouwer van thermovormmachines GABLER Thermoform plaatst het afval in de hele thermovormsector tussen 15 en 30% van het ingezette materiaal, afhankelijk van toepassing, gereedschap en machine; het cijfer weerspiegelt vooral het skelet dat overblijft na het uitstansen van bekers, deksels of schalen (bron: GABLER Thermoform, augustus 2026).

Afval kan worden vermalen en bijgemengd in nieuwe geëxtrudeerde plaat, gangbare praktijk bij dikke plaat volgens thermovormer PCI (bron: PCI, juli 2026); GABLER beschrijft het vermalen direct in de lijn (bron: GABLER Thermoform, augustus 2026).

Het materiaal weegt zwaar: 77% van de kosten van het onderdeel in het DFMA-voorbeeld van een ABS-behuizing, met 30% afval bij die geometrie (bron: DFMA, maart 2026), en volgens BRT USA vaak ongeveer de helft of meer van de stukprijs (bron: BRT USA, juli 2026).

Cyclus, machinetarief en trimmen

De cyclus omvat verwarmen, vormen, koelen en uitnemen van het onderdeel, maar niet het trimmen, dat apart wordt gerekend (bron: DFMA, maart 2026). Door DFMA gepubliceerde tijden (bron: DFMA, maart 2026):

  • dunne folie, inline-machine met continue aanvoer: 15 tot 30 s;
  • middeldikke plaat, shuttlemachine: 60 tot 90 s;
  • dikke plaat of diepe trekdelen: 90 tot 120 s.

Het gepubliceerde machinetarief loopt van $ 40 tot $ 100 per uur, installatie en overhead inbegrepen (bron: DFMA, maart 2026). Bij een cyclus van 60 s maakt een machine 60 cycli per uur, bij 90 s 40. BRT USA beschrijft dezelfde berekening, uurtarief gedeeld door onderdelen per uur, en merkt op dat offertes vooral verschillen in de aangenomen cyclustijd en afvalgraad (bron: BRT USA, juli 2026). DFMA kwantificeert de gevoeligheid: 20 seconden extra cyclus op een machine van $ 80 per uur voegt $ 0,44 per onderdeel toe (bron: DFMA, maart 2026).

De dikte verlengt de cyclus: dikker materiaal heeft meer tijd nodig om op te warmen en af te koelen (bron: PCI, juli 2026). Toolcraft Plastics, thermovormer in Swindon, Verenigd Koninkrijk, publiceert verwarmingstijden van 40 s voor ABS van 1 mm, 80 s voor 2 mm, 120 s voor 3 mm en 160 s voor 4 mm, en 60 tot 240 s voor polycarbonaat van 1 tot 4 mm (bron: Toolcraft Plastics, juni 2025). De pagina vermeldt niet welke machine is gebruikt. Bij ABS vanaf 3 mm en polycarbonaat vanaf 2 mm bereiken of overschrijden deze verwarmingstijden alleen al 120 s, de bovengrens die DFMA voor de hele cyclus geeft: vraag bij dikke plaat de werkelijke cyclus op bij de leverancier.

Door DFMA gepubliceerde kosten voor trimmen en afwerken, per onderdeel (bron: DFMA, maart 2026):

  • met de hand, arbeidsintensief: $ 0,50 tot $ 2,00;
  • halfautomatisch, stanspers of rotatiestans: $ 0,20 tot $ 0,80;
  • inline, in de machine geïntegreerd, gereedschap afgeschreven: $ 0,10 tot $ 0,30;
  • ontbramen en afwerken, in een trommel of met de hand: $ 0,20 tot $ 0,50.

Volgens BRT USA is inline stansen sneller en per onderdeel goedkoper dan offline trimmen op een 5-assige CNC-freesmachine (bron: BRT USA, juli 2026). PCI voegt toe dat een eenvoudige omtrek snel getrimd is, terwijl een onderdeel met tientallen gaten, sleuven en bevestigingslippen de freesmachine langer bezet houdt en per stuk meer kost (bron: PCI, juli 2026).

Rekenvoorbeeld

Aannames (gekozen ter illustratie, ze komen niet uit een bron): vacuümgevormde ABS-kap, 0,60 kg per afgewerkt onderdeel, middeldikke plaat op een shuttlemachine, halfautomatisch trimmen, afwerking meegerekend; order van 500 stuks, met een matrijs met één holte en daarna met twee holtes.

Gebruikte gepubliceerde waarden: ABS tegen $ 1,50 tot $ 3,00 per pond, 20 tot 50% afval, cyclus van 60 tot 90 s, machine van $ 40 tot $ 100 per uur, halfautomatisch trimmen $ 0,20 tot $ 0,80, afwerking $ 0,20 tot $ 0,50 per onderdeel (bron: DFMA, maart 2026); € 1 = $ 1,1225 op 2 oktober 2026 (bron: ECB, oktober 2026); 1 lb = 0,4535924 kg (bron: NIST, augustus 2025).

  1. Plaat per kilogram: 1,50 ÷ 0,4535924 ÷ 1,1225 = € 2,95; 3,00 ÷ 0,4535924 ÷ 1,1225 = € 5,89.
  2. Gekochte plaat per onderdeel: bij 20% afval benut het onderdeel 80% van de plaat, dus 0,60 ÷ 0,80 = 0,75 kg; bij 50% is het 0,60 ÷ 0,50 = 1,20 kg. De deling door de benuttingsgraad volgt de DFMA-formule.
  3. Plaatkosten: 0,75 × 2,95 = € 2,21; 1,20 × 5,89 = € 7,07.
  4. Machinetarief in euro: 40 ÷ 1,1225 = € 35,63 per uur; 100 ÷ 1,1225 = € 89,09 per uur. Machinetijd per onderdeel met één holte: 35,63 × 60 ÷ 3.600 = € 0,59; 89,09 × 90 ÷ 3.600 = € 2,23.
  5. Halfautomatisch trimmen: 0,20 ÷ 1,1225 = € 0,18; 0,80 ÷ 1,1225 = € 0,71. Afwerking: 0,20 ÷ 1,1225 = € 0,18; 0,50 ÷ 1,1225 = € 0,45.
  6. Prijs per onderdeel met één holte: 2,21 + 0,59 + 0,18 + 0,18 = € 3,16 aan de onderkant van elke bandbreedte; 7,07 + 2,23 + 0,71 + 0,45 = € 10,46 aan de bovenkant.
  7. Met twee holtes levert elke cyclus twee kappen en wordt de machinetijd verdeeld: 30 tot 45 s per onderdeel, dus 35,63 × 30 ÷ 3.600 = € 0,30 en 89,09 × 45 ÷ 3.600 = € 1,11. Prijs per onderdeel: 2,21 + 0,30 + 0,18 + 0,18 = € 2,87; 7,07 + 1,11 + 0,71 + 0,45 = € 9,34.
  8. Order van 500 stuks: 500 × 3,16 = € 1.580,00 tot 500 × 10,46 = € 5.230,00 met één holte; 500 × 2,87 = € 1.435,00 tot 500 × 9,34 = € 4.670,00 met twee.

Effect van de hoeveelheid. In deze berekening hangt de prijs per onderdeel niet af van de hoeveelheid: 5.000 stuks kosten tien keer zoveel als 500 stuks, dus € 15.800,00 tot € 52.300,00 met één holte. Wat met de hoeveelheid daalt, is het aandeel van de matrijs, die apart als gereedschap wordt opgegeven. Bij een matrijs opgegeven op € 4.000 (waarde gekozen ter illustratie) bedraagt het aandeel per onderdeel 4.000 ÷ 500 = € 8,00 bij 500 stuks en 4.000 ÷ 5.000 = € 0,80 bij 5.000 stuks. Ter vergelijking: DFMA publiceert $ 2.000 tot $ 8.000 voor een matrijs van gegoten aluminium voor middelgrote series (bron: DFMA, maart 2026).

De plaat verklaart het grootste deel van de bandbreedte: € 2,21 tot € 7,07 per onderdeel, dus 68 tot 70% van de prijs per onderdeel aan beide uiteinden. De aangenomen afvalgraad telt dus even zwaar als de harsprijs.

Wat niet is meegerekend

De hierboven beschreven berekening omvat de plaat met het afval, de machinetijd, het trimmen en de afwerking. De volgende posten horen er niet bij; vraag ze op bij de leverancier en tel ze op bij de getoonde prijs:

  • De matrijs, apart opgegeven als gereedschap. DFMA publiceert $ 500 tot $ 2.000 voor een matrijs van hout of epoxy voor kleine series, $ 2.000 tot $ 8.000 in gegoten aluminium en $ 5.000 tot $ 15.000 in gefreesd aluminium (bron: DFMA, maart 2026). Voor dikke plaat noemt PCI $ 10.000 tot $ 50.000, ongeveer 10 tot 15% van een vergelijkbare spuitgietmatrijs (bron: PCI, juli 2026). Drukvormen vraagt een getempereerde matrijs, duurder dan een eenvoudige vacuümvormmatrijs (bron: PCI, juli 2026).
  • Het omstellen. Greenwood Plastics Industries geeft het voorbeeld van een omstelling van $ 400 plus de prijs van een plaat, te verdelen over alle onderdelen: $ 8 per onderdeel bij 50 stuks, 80 cent bij 500 (bron: Greenwood Plastics, februari 2022). GABLER noemt ook het afval bij opstarten en materiaalwissel, meestal kleiner dan het skelet (bron: GABLER Thermoform, augustus 2026).
  • Nabewerkingen naast trimmen en afwerken: inzetten van inserts, lijmen, subassemblages, verpakken in een gecontroleerde omgeving, etiketteren, traceerbaarheid van partijen, PPAP- of IQ/OQ-documentatie en SPC-rapportage (bron: BRT USA, juli 2026).
  • Transport en verpakking, die BRT USA aanraadt mee te nemen in de totale kosten franco bestemming (bron: BRT USA, juli 2026).

Wat u controleert op een offerte

  • De uitsplitsing regel voor regel. PCI raadt aan offertes regel voor regel te vergelijken in plaats van op het eindbedrag (bron: PCI, juli 2026); BRT USA vraagt gereedschap, stukprijs en programma- of documentatiekosten apart te vermelden (bron: BRT USA, juli 2026).
  • Aangenomen afval en cyclus. Volgens BRT USA lopen offertes juist op deze twee aannames uiteen (bron: BRT USA, juli 2026). In het voorbeeld hierboven stijgt de gekochte plaat van 0,75 naar 1,20 kg per onderdeel als het afval van 20 naar 50% gaat.
  • Het aantal holtes. Twee onderdelen per plaat in plaats van één halveren volgens BRT USA de materiaallast per stuk (bron: BRT USA, juli 2026); in de berekening van RFQdecoder delen samen gevormde onderdelen bovendien de cyclus.
  • Trimmen en afwerken. Controleer of ze in de prijs zijn inbegrepen of als optie zijn vermeld (bron: BRT USA, juli 2026), en welke methode is voorzien: van $ 0,10 per onderdeel inline tot $ 2,00 met de hand (bron: DFMA, maart 2026).
  • Het materiaal. Hars, kleur, brandklasse en diktetolerantie moeten exact overeenkomen met de specificatie (bron: BRT USA, juli 2026). Vraag bij dikke plaat de werkelijke cyclus op: de gepubliceerde verwarmingstijden alleen al kunnen 120 s overschrijden (bron: Toolcraft Plastics, juni 2025).
  • De aangenomen hoeveelheid. Vraag op welk jaarvolume de stukprijs is gebaseerd en welke staffels daarboven gelden (bron: BRT USA, juli 2026).

Bronnen

  • Boothroyd Dewhurst, « Thermoforming Cost Estimating: Inputs, Drivers & Methods », 18 maart 2026.
  • BRT USA Engineering Team, « Thermoforming Cost 2026 | Part Pricing Factors | BRT USA », 9 juli 2026.
  • Plastic Components, « How Much Does Heavy-Gauge Thermoforming Cost? », 14 juli 2026.
  • GABLER Thermoform, « What is a realistic material waste percentage in thermoforming production? – GABLER Thermoform », 27 augustus 2026.
  • Jill Darby, « How Much Does Thermoforming Cost? 7 Big Price Factors – Greenwood Plastics Industries », 21 februari 2022.
  • Toolcraft Plastics, « Vacuum Forming Heating time (seconds) per material type & thickness », 24 juni 2025.
  • Europese Centrale Bank, « Euro exchange rates charts », 2 oktober 2026.
  • National Institute of Standards and Technology, « NIST Guide to the SI, Appendix B.9: Factors for units listed by kind of quantity or field of science », 18 augustus 2025.

Veelgestelde vragen

DFMA publiceert $ 1,00 tot $ 1,50 per pond voor HIPS, $ 1,50 tot $ 3,00 voor ABS, $ 2,00 tot $ 4,00 voor PETG en $ 3,00 tot $ 5,00 voor polycarbonaat. Tegen de ECB-koers van 2 oktober 2026 kost ABS € 2,95 tot € 5,89 per kg. Daar komt 20 tot 50% afval bij.

DFMA rekent met 20 tot 50% afval: slechts 50 tot 80% van de plaat komt in de onderdelen terecht. GABLER Thermoform plaatst het afval bij thermovormen tussen 15 en 30% van het ingezette materiaal, afhankelijk van toepassing, gereedschap en machine. Vermalen skelet kan terug naar de extrusie.

DFMA publiceert 15 tot 30 s voor dunne folie op een inline-machine, 60 tot 90 s voor middeldikke plaat op een shuttlemachine en 90 tot 120 s voor dikke plaat of diepe trekdelen. De cyclus omvat verwarmen, vormen, koelen en uitnemen; hij wordt over de holtes verdeeld.

Nee: in RFQdecoder wordt de matrijs als gereedschap opgegeven. DFMA publiceert $ 500 tot $ 15.000 afhankelijk van de serie en het matrijsmateriaal, en plaatst het voordeel van thermovormen ten opzichte van spuitgieten onder ongeveer 3.000 tot 5.000 stuks.

Bereken uw onderdeel

Upload uw tekening als PDF, DXF of STEP: bewerkingsvolgorde, tijd en kosten van elke stap, met alle aannames zichtbaar.